ECLI:NL:RVS:2026:1600
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening consulaire bijstand voor vertrek uit Gaza voor studie
Verzoeker verblijft in Gaza en is toegelaten tot een masteropleiding in Nederland. Hij heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor studie, die hij moet ophalen bij de Nederlandse ambassade in Amman, Jordanië. Verzoeker kan echter niet zonder hulp de grens van Gaza oversteken en verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om consulaire bijstand. De minister wees dit verzoek af omdat verzoeker niet tot de groepen behoorde die voor consulaire bijstand in aanmerking komen en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vraag of de minister een publieke taak heeft aanvaard en of het besluit een besluit in de zin van de Awb is, in de bodemprocedure moet worden beantwoord. In deze voorlopige voorziening weegt de voorzieningenrechter het grote belang van verzoeker om zijn mvv op tijd op te halen en de schrijnende situatie in Gaza zwaarder dan het belang van de minister om niet voor een voldongen feit geplaatst te worden.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en beveelt de minister zich in te spannen om verzoeker via diplomatieke weg te helpen de grens te passeren. De minister hoeft geen verblijfsvergunning te verlenen of feitelijke evacuatie te verzorgen. De uitspraak is niet bindend voor de bodemprocedure. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De minister wordt verplicht zich in te spannen om verzoeker consulaire bijstand te verlenen om Gaza te verlaten en zijn mvv op te halen.