ECLI:NL:RVS:2026:1672

Raad van State

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
202406094/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:67 AwbArbeidstijdenwetWet arbeid vreemdelingenWet minimumloon en minimumvakantiebijslag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroepschriften tegen boetes arbeidswetgeving

Het hoger beroep betreft de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 23 augustus 2024, waarin de beroepen van appellante tegen drie boetebesluiten van 25 juli 2023 niet-ontvankelijk werden verklaard. De boetes zijn opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet, Wet arbeid vreemdelingen en Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

De rechtbank oordeelde dat de beroepschriften te laat, namelijk op 14 september 2023, waren ingediend en dat appellante geen omstandigheden had aangevoerd die het te laat indienen konden rechtvaardigen. Hierdoor was het te laat indienen niet verschoonbaar en werden de beroepen niet-ontvankelijk verklaard.

Appellante stelde in hoger beroep dat de beroepschriften tijdig en correct waren verzonden en verwees naar een e-mail van 16 april 2024 waarin werd bevestigd dat toekomstige communicatie per e-mail zou plaatsvinden. De Afdeling bestuursrechtspraak verwijst naar de eerdere overwegingen van de rechtbank en ziet geen aanleiding om het oordeel te wijzigen.

Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen wordt bevestigd.

Uitspraak

202406094/1/A3.
Datum uitspraak: 18 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellante], gevestigd in [plaats],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 23 augustus 2024 in zaken nrs. 23/6154, 23/6160 en 23/6164 in het geding tussen:
[appellante]
en
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Openbare zitting gehouden op 18 maart 2026 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad: mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer
griffier: mr. T. Hartsuiker
jurist: mr. B. Dijkhoff
Verschenen:
[appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde]
====================================
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 23 augustus 2024. In die uitspraak heeft de rechtbank de beroepen van [appellante] tegen de drie besluiten van 25 juli 2023 niet-ontvankelijk verklaard.
Beslissing:
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Gronden:
1. De minister heeft aan [appellante] drie boetes opgelegd vanwege het overtreden van de Arbeidstijdenwet, Wet arbeid vreemdelingen en Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Met de drie besluiten van 25 juli 2023 is de minister hierbij gebleven.
2. De rechtbank heeft geoordeeld dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn. [appellante] heeft de beroepschriften te laat, op 14 september 2023, ingediend en zij heeft naar het oordeel van de rechtbank geen omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan het te laat indienen van de beroepschriften niet aan haar kan worden toegerekend. Het te laat indienen van de beroepschriften is dan ook niet verschoonbaar, aldus de rechtbank.
3. [appellante] betoogt dat de beroepschriften tijdig en correct zijn verzonden. Verder wijst [appellante] op een e-mail namens haar van 16 april 2024 waarin volgens haar wordt bevestigd dat toekomstige communicatie per e-mail zal plaatsvinden.
4. De Afdeling verwijst kortheidshalve naar de onder 5 tot en met 6.2 opgenomen overwegingen van de rechtbank. In wat [appellante]j in hoger beroep aanvoert, ziet de Afdeling geen aanleiding voor een ander oordeel.
5. Het hoger beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Minderhoud
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hartsuiker
griffier
620-1101