ECLI:NL:RVS:2026:1672
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroepschriften tegen boetes arbeidswetgeving
Het hoger beroep betreft de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 23 augustus 2024, waarin de beroepen van appellante tegen drie boetebesluiten van 25 juli 2023 niet-ontvankelijk werden verklaard. De boetes zijn opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet, Wet arbeid vreemdelingen en Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
De rechtbank oordeelde dat de beroepschriften te laat, namelijk op 14 september 2023, waren ingediend en dat appellante geen omstandigheden had aangevoerd die het te laat indienen konden rechtvaardigen. Hierdoor was het te laat indienen niet verschoonbaar en werden de beroepen niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante stelde in hoger beroep dat de beroepschriften tijdig en correct waren verzonden en verwees naar een e-mail van 16 april 2024 waarin werd bevestigd dat toekomstige communicatie per e-mail zou plaatsvinden. De Afdeling bestuursrechtspraak verwijst naar de eerdere overwegingen van de rechtbank en ziet geen aanleiding om het oordeel te wijzigen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen wordt bevestigd.