ECLI:NL:RVS:2026:1688
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen negatief bindend studieadvies na niet behalen studiepunten binnen gestelde termijnen
Appellante is in studiejaar 2022-2023 gestart met de voltijdopleiding Bachelor Finance & Control aan Hogeschool Inholland. Zij ontving een negatief bindend studieadvies (NBSA) omdat zij niet voldeed aan de norm van 50 EC’s in het eerste jaar. Vanwege persoonlijke omstandigheden kreeg zij uitstel met een termijn tot 31 juli 2024 om het eerstejaarsprogramma van 60 EC’s af te ronden, maar behaalde toen slechts 37 EC’s. Vervolgens werd opnieuw uitstel verleend tot 31 juli 2025, waarna zij in totaal 50 EC’s behaalde, wederom onvoldoende.
Het geschil betrof het vak OE3a van 10 EC’s, waarvoor zij twee reguliere kansen miste en een vervangende opdracht met een onvoldoende afrondde. De directeur van het domein Business, Finance & Law gaf het NBSA op grond van onvoldoende studievoortgang ondanks persoonlijke omstandigheden. Het College van Beroep voor de Examens (CBE) verklaarde het administratief beroep ongegrond, stellende dat appellante niet aan de studievereisten voldeed en geen nieuwe persoonlijke omstandigheden had gemeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het NBSA terecht was gegeven en de motivering toereikend was. Appellante had geen bezwaar gemaakt tegen het onvoldoende cijfer voor de vervangende opdracht en het verzoek om een extra kans was afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het CBE hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het negatieve bindend studieadvies wordt ongegrond verklaard omdat appellante niet aan de studiepuntennormen binnen de gestelde termijnen heeft voldaan.