ECLI:NL:RVS:2026:1702
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische onderbouwing en veiligheidsmaatregelen woning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees op 12 juni 2023 de aanvraag van appellante om een urgentieverklaring af. Appellante woont met haar partner en drie kinderen, waaronder een zoon met een autismespectrumstoornis, in een woning met drie bouwlagen. Zij stelt dat de woning onveilig is voor haar zoon en dat haar medische en psychische klachten zijn toegenomen door de intensieve zorg die zij moet verlenen.
Het college baseerde de afwijzing op de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020, stellende dat appellante zelf veiligheidsmaatregelen kan treffen en dat verhuizing de gedragsproblematiek van haar zoon niet zal oplossen. Ook werd de hardheidsclausule niet toegepast vanwege het ontbreken van een acuut levensbedreigend medisch probleem.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Raad acht de motivering van het college en de rechtbank voldoende en wijst erop dat ook de door appellante overgelegde verklaring van de verhuurder onvoldoende bewijs levert dat veiligheidsmaatregelen niet mogelijk zijn. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.