ECLI:NL:RVS:2026:1716
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitschrijving uit basisregistratie personen na onderzoek bewoning
Appellant stond sinds 1997 ingeschreven op een adres in Rotterdam. Na meldingen van overlast en drugsgebruik startte de woningcorporatie een onderzoek naar onderverhuur. Bij huisbezoeken werden arbeidsmigranten aangetroffen, waarna het college besloot appellant uit te schrijven uit de basisregistratie personen (BRP) vanaf 10 maart 2023.
Het college herzag dit besluit en wijzigde de uitschrijvingsdatum naar 15 september 2023. Appellant maakte bezwaar, dat deels werd gehonoreerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de uitschrijving ongegrond, oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellant niet op het adres woonde en dat de huisbezoeken en verklaringen van toezichthouders voldoende waren.
In hoger beroep betoogde appellant dat het onderzoek te summier was en dat zijn medische situatie verklaart waarom hij de deur niet opende. De Raad van State oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die het oordeel van de rechtbank onjuist maken en bevestigde het vonnis. Tevens werd opgemerkt dat appellant inmiddels opnieuw is ingeschreven op het adres en dat uitschrijving zonder nieuw onderzoek niet mogelijk is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitschrijving uit de BRP wordt bevestigd.