ECLI:NL:RVS:2026:1725
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- B.P.M. van Ravels
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester over sluiting bedrijfspand en toekenning schadevergoeding
De zaak betreft het besluit van de burgemeester van Amsterdam om het bedrijfspand van appellant voor onbepaalde tijd te sluiten na een schietincident en het aantreffen van een handgranaat. Eerder had de Afdeling geoordeeld dat de sluiting niet voor onbepaalde tijd mocht zijn en dat een termijn moest worden gesteld. Na diverse besluiten en uitspraken werd uiteindelijk een sluiting van een maand vastgesteld.
Appellant voerde aan dat het besluit van 30 januari 2025 onzorgvuldig was genomen, met onjuiste data en een ontbrekende motivering, waardoor het motiveringsbeginsel werd geschonden. De Afdeling stelde vast dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat partijen het eens waren over de duur van de sluiting.
Verder verzocht appellant om schadevergoeding voor kosten door de sluiting. De Afdeling wees de vergoeding van verhuiskosten en naamswijziging af omdat deze kosten bij de vennootschap vielen, maar kende een vergoeding toe voor gederfde huurinkomsten van €25.000. De kosten voor rechtsbijstand werden niet volledig toegewezen vanwege het forfaitaire karakter van de regeling. De burgemeester werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de burgemeester wordt vernietigd wegens gebrekkige motivering en appellant ontvangt een schadevergoeding van €25.000.