ECLI:NL:RVS:2026:1768
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel voor Afghaanse vreemdeling
Bij besluit van 7 juni 2024 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister om een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat uit eerdere jurisprudentie volgt dat vreemdelingen die in een westers land hebben verbleven niet automatisch een reëel risico op ernstige schade lopen bij terugkeer naar Afghanistan. De minister hoefde daarom geen nader onderzoek te doen naar de risico’s voor Afghaanse vreemdelingen die terugkeren uit Europa.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 26 maart 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.