ECLI:NL:RVS:2026:1827
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing doden knobbelzwanen wegens onvoldoende onderbouwing belangrijke schade
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende aan de Faunabeheereenheid Utrecht een ontheffing voor het verjagen en doden van knobbelzwanen en het onklaar maken van hun eieren vanwege schade aan landbouwgewassen. De rechtbank oordeelde dat de ontheffing onvoldoende was onderbouwd, met name dat het doden van knobbelzwanen niet noodzakelijk was om belangrijke schade te voorkomen en dat de ontheffing voor legselreductie niet mocht worden verleend voor schadepreventie aan grasland.
In hoger beroep stond alleen de vraag centraal of het college terecht ontheffing mocht verlenen voor het doden en verjagen van knobbelzwanen. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van belangrijke schade die het normale bedrijfsrisico overstijgt. Hoewel het college een drempelbedrag van €250 per geval hanteert, is dit bedrag niet geïndexeerd en vereist de Vogelrichtlijn een strikte uitleg van uitzonderingen.
De Afdeling oordeelde dat het college niet verplicht is om financiële gegevens van individuele bedrijven te betrekken bij de beoordeling, maar wel een betere onderbouwing moet geven van de schade per wildbeheereenheid en gewas. De aangeleverde schadecijfers waren te algemeen en niet verifieerbaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens onvoldoende onderbouwing van belangrijke schade.