ECLI:NL:RVS:2026:185
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking urgentieverklaring wegens onvoldoende woningreacties
De Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) verleende op 18 januari 2024 een urgentieverklaring aan appellante vanwege bedreiging door haar buurman, waardoor zij niet meer in haar woning kon blijven. Na een zelf-zoek-periode van drie maanden waarin appellante minimaal twaalf keer op passende woningen moest reageren, constateerde de SUWR dat zij slechts vijf keer had gereageerd en trok de urgentieverklaring op 5 juni 2024 in.
Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep bij de Raad van State werd vastgesteld dat de SUWR niet bevoegd was de besluiten te nemen, maar dat het college van burgemeester en wethouders dit later bekrachtigde, waardoor het bevoegdheidsgebrek werd gepasseerd.
De Raad van State oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de intrekking onevenredig was, ondanks haar zorgen over de mentale gezondheid van haar kinderen. Er waren geen stukken overgelegd die de onhoudbaarheid van de woonsituatie bewezen. De mogelijkheid tot een nieuwe urgentieaanvraag blijft open. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de urgentieverklaring wegens onvoldoende woningreacties en wijst het hoger beroep af.