ECLI:NL:RVS:2026:1850
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod asielzoeker
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 30 september 2025 afgewezen, waarbij tevens een onmiddellijke vertrekopdracht uit de Europese Unie, een inreisverbod en een SIS-signalering zijn opgelegd.
De rechtbank Den Haag heeft op 24 maart 2026 het beroep van verzoeker deels gegrond verklaard door het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de SIS-signalering te vernietigen en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tegen deze uitspraak hebben zowel verzoeker als de minister hoger beroep ingesteld.
Verzoeker heeft vervolgens bij de Raad van State een voorlopige voorziening gevraagd om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen te ontvangen zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek afgewezen, waarbij is overwogen dat de belangen van verzoeker onvoldoende rechtvaardigen om de uitzetting op te schorten. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod wordt afgewezen.