ECLI:NL:RVS:2026:1865
Raad van State
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning van staatsraad wegens belangenverstrengeling
In deze zaak heeft staatsraad G.T.J.M. Jurgens, belast met de behandeling van een bestuursrechtelijke zaak die op 9 april 2026 zou worden behandeld, op 1 april 2026 verzocht zich te mogen verschonen. Dit verzoek werd gedaan nadat zij had vastgesteld dat het College van Beroep voor de Examens van de Universiteit Utrecht een van de partijen in de zaak is, terwijl zij als hoogleraar bestuursrecht aan diezelfde universiteit verbonden is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:19 en Pro 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die bepalen dat rechters zich kunnen verschonen indien feiten of omstandigheden de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. Gezien de belangenverstrengeling en het voorkomen van iedere schijn van vooringenomenheid achtte de Afdeling het verzoek tot verschoning gerechtvaardigd.
De Afdeling heeft het verzoek dan ook toegewezen en de staatsraad is van verdere behandeling van de zaak ontheven. De beslissing werd uitgesproken in het openbaar op 3 april 2026 door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van staatsraad Jurgens wordt toegewezen vanwege haar verbondenheid met een partij in de zaak.