ECLI:NL:RVS:2026:1876
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake wonen in recreatiewoning volgens Wet basisregistratie personen
Het hoger beroep betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 februari 2026. Verzoeker had gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen in een geschil met het college van burgemeester en wethouders van Barneveld.
Tijdens de mondelinge zitting op 31 maart 2026 is vastgesteld dat verzoeker voldoet aan de vereisten voor het aannemen van wonen in de zin van artikel 1.1, aanhef en onder o, van de Wet basisregistratie personen. Dit betekent dat het gebruik van de recreatiewoning als woonadres wordt erkend, ook al is er geen intentie om permanent in de woning te verblijven.
De voorzieningenrechter concludeert dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank naar verwachting stand zal houden. Daarom is er geen reden om de gevraagde voorlopige voorziening toe te kennen. De beslissing is genomen door voorzieningenrechter C.J. Borman, met griffier W. Dijkshoorn.
Uitkomst: De voorzieningenrechter weigert de voorlopige voorziening omdat voldaan is aan de definitie van wonen volgens de Wet basisregistratie personen.