ECLI:NL:RVS:2026:1917
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihil vaststelling subsidie instandhouding monument wegens niet-subsidiabele werkzaamheden
De appellant, eigenaar van een rijksmonument in Loosdrecht, had een subsidie toegekend gekregen voor instandhoudingswerkzaamheden in de periode 2017-2022. Na afloop van de subsidieperiode stelde de staatssecretaris de subsidie vast op nihil omdat de werkzaamheden niet waren verantwoord met de vereiste documenten en grotendeels buiten de subsidieperiode waren uitgevoerd.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte niet alle ingebrachte facturen had beoordeeld, maar bevestigde dat de subsidie terecht op nihil was vastgesteld omdat de werkzaamheden grotendeels in 2015 waren uitgevoerd en niet subsidiabel waren volgens het instandhoudingsplan. Ook de vervanging van glas viel niet onder subsidiabele werkzaamheden.
In hoger beroep betoogde appellant dat de werkzaamheden wel waren uitgevoerd en dat er geen rekening was gehouden met de menselijke maat. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de subsidie alleen geldt voor werkzaamheden binnen de subsidieperiode en die technisch noodzakelijk zijn voor instandhouding. De werkzaamheden vielen niet binnen deze criteria en er was geen sprake van omstandigheden die een andere beoordeling rechtvaardigden.
De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De subsidie voor instandhouding van het monument is terecht op nihil vastgesteld omdat de werkzaamheden niet subsidiabel waren.