ECLI:NL:RVS:2026:1926
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens verkeersonveilige plaatsing palen en balken in berm openbare weg
Het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren legde aan appellant een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2:10 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) door het plaatsen van stalen palen en betonnen balken in de berm van een openbare weg. Appellant betwistte dat de strook grond onderdeel is van de berm en voerde aan dat de objecten de bruikbaarheid van de weg niet belemmeren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het handhavend optreden van het college. In hoger beroep oordeelt de Afdeling dat de strook grond binnen 1,5 tot 2 meter van de wegverharding redelijkerwijs als berm kan worden aangemerkt, mede ondersteund door een verkeersdeskundige. De Afdeling stelt vast dat het college een obstakelvrije zone van minimaal 1,5 meter hanteert, gebaseerd op het Handboek Wegontwerp 2013, en dat de objecten niet botsveilig zijn, waardoor sprake is van een verkeersonveilige situatie.
Appellant voerde aan dat het college niet het CROW-kennisproduct had moeten toepassen en dat de verkeersveiligheid in de context van de gehele weg moest worden beoordeeld. Dit verweer faalt omdat het college beoordelingsruimte heeft en de Afdeling deze terughoudend toetst. Ook het beroep op het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel wordt verworpen, omdat het college de belangen van verkeersveiligheid zwaarder mocht laten wegen en prioriteit gaf aan handhaving op verzoek van belanghebbenden.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de plaatsing van palen en balken in de berm verkeersonveilig is en handhaving gerechtvaardigd is.