ECLI:NL:RVS:2026:1929
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke invordering dwangsom wegens overtreding sluitingstijd avondhoreca
De burgemeester van Rotterdam legde aan een exploitant van een avondhorecagelegenheid een last onder dwangsom op wegens overtreding van de sluitingstijd volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Na constatering dat op 22 augustus 2023 om 02.12 uur zeven personen, die personeelsleden waren, op het terras aanwezig waren met alcoholische dranken, werd de dwangsom van € 2.500,- ingevorderd.
De rechtbank oordeelde dat de personen geen bezoekers waren in de zin van de APV omdat zij personeel waren, en dat de sluitingstijd niet was overtreden. De burgemeester ging hiertegen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat ook personeelsleden die na werktijd op het terras alcohol nuttigen als bezoekers moeten worden beschouwd, omdat zij dan niet meer in dienst zijn en overlast kunnen veroorzaken.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de burgemeester gegrond. De dwangsom was terecht verbeurd en mocht worden ingevorderd. De bezwaren van de exploitant over de coronapandemie, de termijn van de last en de hoogte van de dwangsom werden verworpen. De procedure werd hiermee beëindigd.
Uitkomst: De dwangsom wegens overtreding van de sluitingstijd door personeel dat na werktijd op het terras alcohol nuttigde, is terecht verbeurd en mag worden ingevorderd.