ECLI:NL:RVS:2026:2025
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en terugwijzing zaak
Betrokkene, met de Somalische nationaliteit stellende, vroeg een verblijfsvergunning asiel aan, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 8 februari 2024 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de taalanalyse van TOELT niet als relevant bewijs voor de nationaliteit van betrokkene erkende en dat de rechtbank de minister een te vergaande onderzoeksplicht oplegde omtrent de verschillende nationaliteitsregistraties in andere EU-landen.
Verder stelde de Afdeling vast dat de rechtbank niet had onderkend dat het aan betrokkene was om aannemelijk te maken dat hij de Somalische nationaliteit van zijn ouders had verkregen, en dat de minister dit terecht niet aannam vanwege onvoldoende bewijs.
Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de rechtbank ook de overige beroepsgronden moet beoordelen, waaronder de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond en het terugkeerbesluit voor Ethiopië.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbeoordeling.