ECLI:NL:RVS:2026:2030
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen asielzoeker
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) heeft bij besluit van 18 december 2025 de verstrekkingen aan betrokkene krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers beëindigd. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 februari 2026 het beroep ongegrond verklaarde maar het COa opdroeg de opvang van betrokkene vier maanden te continueren.
Het COa stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat het de opdracht van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. Betrokkene stelde incidenteel hoger beroep in en gaf een schriftelijke uiteenzetting.
De voorzieningenrechter overwoog dat gelet op de aangevoerde standpunten geen aanleiding was om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek van het COa werd daarom afgewezen. Tevens werd het COa veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, bestaande uit kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand ter hoogte van € 934,00.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Soffers in aanwezigheid van griffier Q. Boon op 16 april 2026.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het COa wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.