AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Onbevoegdheid Raad van State bij beroep tegen Natura 2000-beheerplan Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland tot vaststelling van het Natura 2000-beheerplan Nieuwkoopse Plassen & De Haeck 2025-2031. Dit beheerplan bevat de instandhoudings- en passende maatregelen voor het Natura 2000-gebied en wijst enkele activiteiten op basis van een voortoets aan als vergunningvrij.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat op grond van artikel 8:5 AwbPro, gelezen in samenhang met de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, alleen beroep openstaat tegen onderdelen van een beheerplan waarbij activiteiten op basis van een passende beoordeling als vergunningvrij zijn aangewezen. Het beheerplan bevat geen dergelijke onderdelen.
Daarom is de Afdeling bestuursrechtspraak van oordeel dat zij zich onbevoegd moet verklaren om van het beroep kennis te nemen. Ook de rechtbank is niet bevoegd. Het beroep wordt niet doorgezonden. Het betaalde griffierecht wordt aan appellant terugbetaald en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het Natura 2000-beheerplan en betaalt het griffierecht terug.
Uitspraak
202600282/2/R2.
Datum uitspraak: 16 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) in het geding tussen:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
en
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.
Procesverloop
[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 2 december 2025 tot vaststelling van het Natura 2000-beheerplan Nieuwkoopse Plassen & De Haeck 2025-2031.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. Het Natura 2000-beheerplan Nieuwkoopse Plassen & De Haeck 2025-2031 is een plan als bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van de Omgevingswet (Ow). In het beheerplan zijn de instandhoudings- en passende maatregelen beschreven die volgens het college nodig zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen in het Natura 2000-gebied. Ook heeft het college in het beheerplan enkele activiteiten op basis van een voortoets aangewezen als vergunningvrij geval als bedoeld in artikel 11.21, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het college heeft in het beheerplan geen activiteiten op basis van een passende beoordeling aangewezen als vergunningvrij geval als bedoeld in artikel 11.21, eerste lid, onder b, van het Bal.
2. Het beroep van [appellant] is gericht tegen het gehele beheerplan.
3. In artikel 8:5, eerste lid van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 1 vanPro de als bijlage 2 bij de Awb opgenomen Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, is bepaald tegen welke onderdelen van een beheerplan, dat op grond van artikel 3.8, derde lid, van de Ow is vastgesteld, beroep openstaat.
Artikel 8:5, eerste lid, van de Awb luidt: "Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit als bedoeld in artikel 1 vanPro de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak".
Artikel 1 vanPro bijlage 2 bij de Awb luidt: "Tegen een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan geen beroep worden ingesteld.
[…]
Omgevingswet:
[…]
g. de artikelen 3.4, 3.6 tot en met 3.10, 3.14 en 3.15, voor zover het niet betreft een daarin opgenomen beschrijving van een activiteit als gevolg waarvan de activiteit is toegestaan."
4. De Afdeling is van oordeel dat uit artikel 8:5, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 1 vanPro bijlage 2 bij de Awb volgt dat alleen beroep openstaat tegen onderdelen van een beheerplan waarbij activiteiten op basis van een passende beoordeling als vergunningvrij geval zijn aangewezen als bedoeld in artikel 11.21, eerste lid, onder b, van het Bal. Door de aanwijzing in het beheerplan zijn deze activiteiten toegestaan als bedoeld in artikel 1, van bijlage 2, bij de Awb.
4.1. Het voorgaande betekent dat geen beroep openstaat tegen onderdelen van een beheerplan waarin de instandhoudings- en passende maatregelen zijn beschreven die nodig zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen in het Natura 2000-gebied. Ook staat geen beroep open tegen onderdelen van een beheerplan waarbij activiteiten op basis van een voortoets worden aangewezen als vergunningvrij geval als bedoeld in artikel 11.21, eerste lid, onder a, van het Bal. Activiteiten waarvan op basis van een voortoets is uitgesloten dat ze significante gevolgen hebben voor Natura 2000-gebieden zijn niet vergunningplichtig op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder e, van de Omgevingswet. De beschrijving van deze activiteiten in een beheerplan heeft daarom niet tot gevolg dat de activiteiten daardoor zijn toegestaan, als bedoeld in artikel 1, van bijlage 2, van de Awb.
5. Zoals beschreven onder 1 bevat het Natura 2000-beheerplan Nieuwkoopse Plassen & De Haeck 2025-2031 geen onderdelen waarbij activiteiten op basis van een passende beoordeling als vergunningvrij geval zijn aangewezen. Dat betekent dat tegen het Natura 2000-beheerplan Nieuwkoopse Plassen & De Haeck 2025-2031 geen beroep open staat.
6. De Afdeling is kennelijk onbevoegd om van het beroep van [appellant] kennis te nemen. Omdat de rechtbank op grond van artikel 8:5, eerste lid van de Awb evenmin bevoegd is om kennis te nemen van het beroep, wordt het beroep niet met toepassing van artikel 6:15 vanPro de Awb, doorgezonden aan de rechtbank.
7. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
8. De griffier van de Raad van State zal aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht voor het beroep terugbetalen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen;
II. bepaalt dat de griffier van de Raad van State aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 200,00 voor de behandeling van het beroep terugbetaalt.
Aldus vastgesteld door mr. M.M. Kaajan, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.