Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2048

Raad van State

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
202505791/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:67 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing inhaaltoets Diagnostiek klinische psychologie bevestigd door Raad van State

Appellante heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van beroep voor de examens (CBE) van de Universiteit Utrecht, waarin haar verzoek om een inhaaltoets voor het vak Diagnostiek in de klinische psychologie werd afgewezen. De afwijzing was eerder bevestigd in een beslissing van 6 oktober 2025.

Appellante stelde dat zij onterecht een toetskans was ontzegd en dat de handleidingen onjuiste informatie bevatten, waardoor zij niet volledig was geïnformeerd over haar mogelijkheden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep ontvankelijk verklaard, ondanks het standpunt van het CBE dat het beroep niet-ontvankelijk zou zijn wegens het ontbreken van gronden.

Na beoordeling van het beroepschrift en het verweerschrift concludeert de Afdeling dat het CBE terecht en op goede gronden het verzoek om een inhaaltoets mocht afwijzen. Appellante is niet op de zitting verschenen en heeft geen persoonlijke of bijzondere omstandigheden aannemelijk gemaakt die tot een andere beslissing zouden moeten leiden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van het verzoek om een inhaaltoets wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

202505791/1/A2.
Datum uitspraak: 9 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellante], wonend in [woonplaats],
appellante,
en
het college van beroep voor de examens van de Universiteit Utrecht (CBE),
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 9 april 2026 om 11:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: mr. M. Rijsdijk
Jurist: mr. L.J.A. van Gils
Verschenen:
Het CBE, vertegenwoordigd door [gemachtigde].
====================================
Het beroep richt zich tegen de beslissing van het CBE van 6 oktober 2025, waarbij de beslissing van 13 mei 2025 in stand is gelaten. In die beslissing is aan [appellante] medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een inhaaltoets voor het vak Diagnostiek in de klinische psychologie.
In beroep betoogt [appellante] dat met deze beslissing haar zonder goede reden een toetskans is ontzegd. De handleidingen bevatten volgens haar onjuiste informatie en hierdoor was zij niet volledig geïnformeerd over haar mogelijkheden.
Beslissing
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond.
Gronden
Het CBE heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat het beroepschrift geen gronden bevat en dat het beroep op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht dan ook niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Anders dan het CBE is de Afdeling van oordeel dat het beroepschrift een, zij het summiere, beroepsgrond bevat. Het beroep is daarom ontvankelijk.
Het CBE heeft zich terecht en op goede gronden op het standpunt gesteld dat de directeur het verzoek om een inhaaltoets mocht afwijzen. [appellante] is niet op de zitting verschenen. In wat zij in haar beroepschrift naar voren heeft gebracht, ziet de Afdeling geen aanleiding om tot een andere conclusie dan het CBE te komen. De Afdeling voegt hier nog aan toe dat voor zover [appellante] zich beroept op persoonlijke dan wel bijzondere omstandigheden het ook op haar weg ligt om die aannemelijk te maken en dat heeft zij niet gedaan.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Rijsdijk
griffier
705-1043