ECLI:NL:RVS:2026:2050
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatige bewaring en toekenning proceskosten aan betrokkene
Bij besluit van 29 januari 2025 stelde de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen deze maatregel gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was vanaf het begin, vanwege een ernstige schending van het fundamentele recht van betrokkene op vrijheid. De grief van de minister dat er geen sprake was van kwade trouw of misleiding door de autoriteiten faalt, mede gelet op recente jurisprudentie van het Hof van Justitie en eerdere uitspraken van de Afdeling.
De Afdeling ziet geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de onrechtmatigheid van de bewaring en wijst het hoger beroep van de minister af met toekenning van proceskosten aan betrokkene.