ECLI:NL:RVS:2026:206
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek om verstrekkingen op grond van de Wet open overheid wegens te algemeen verzoek
De appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Tholen om alle documenten waarin zijn naam of burgerservicenummer voorkomen, op grond van artikel 5.5 van de Wet open overheid (Woo). Het college wees dit verzoek af omdat het te algemeen was en niet betrekking had op een specifieke bestuurlijke aangelegenheid. De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat het verzoek niet kon worden gehonoreerd zonder een concrete aangelegenheid te noemen.
De appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het college na de wettelijke termijn nog om precisering mocht vragen en dat zijn verzoek wel voldoende specifiek was, omdat hij aangaf dat hij documenten wilde over het feit dat hij door de gemeente zou zijn zwartgemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze argumenten, stellende dat het vermoeden van zwartmaking slechts de achtergrond van het verzoek vormt en geen precisering is.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college voldoende behulpzaam was geweest bij het verzoek om precisering, ook na de termijn van twee weken, omdat dit geen fatale termijn is. Omdat de appellant niet meewerkte aan de precisering, mocht het college het verzoek buiten behandeling stellen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het te algemene verzoek om informatie bevestigd.