ECLI:NL:RVS:2026:2070
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak over handhaving (ver)bouwwerkzaamheden voormalige smederij Domburg
Appellant sub 2 is eigenaar van een voormalige smederij in Domburg die is verbouwd tot recreatiewoningen. Appellant sub 1, eigenaar van het aangrenzende woonhuis, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Veere handhavend op te treden tegen (ver)bouwwerkzaamheden aan de voormalige smederij, waaronder een dakgoot die deels boven zijn perceel hangt.
Het college wees het handhavingsverzoek af omdat er zicht was op legalisatie via een omgevingsvergunning die appellant sub 2 had aangevraagd en verkregen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 1 gegrond en vernietigde het besluit van het college voor zover het handhavingsverzoek werd afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt echter de tussenuitspraak en einduitspraak van de rechtbank. De Afdeling oordeelt dat de vergunningstekening onduidelijk is over de plaats van de dakgoot, waardoor niet kan worden vastgesteld of de dakgoot legaal is. Hierdoor was het college niet bevoegd tot handhaving. Het beroep van appellant sub 1 wordt ongegrond verklaard en de handhavingsprocedure is daarmee beëindigd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellant sub 2.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 1 wordt ongegrond verklaard en de handhavingsprocedure beëindigd wegens onduidelijkheid over de vergunning voor de dakgoot.