ECLI:NL:RVS:2026:208
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Verklaring Omtrent het Gedrag wegens overtreding Wet wapens en munitie
Appellant heeft op 28 december 2021 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor lidmaatschap van de Nederlandse Airsoft Belangen Vereniging. De minister van Justitie en Veiligheid weigerde de VOG op grond van een eerdere veroordeling wegens overtreding van de Wet wapens en munitie (Wmm) op 10 maart 2022, die onherroepelijk werd op 25 maart 2022.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond en oordeelde dat airsoftwapens onder de Wmm vallen en dat de belangen van de samenleving bij veiligheid zwaarder wegen dan het belang van appellant bij het verkrijgen van de VOG. De rechtbank vond de belangenafweging niet disproportioneel en wees op de nog lopende proeftijd.
In hoger beroep betoogde appellant dat airsoftwapens veilig zijn en onder de Europese Speelgoedrichtlijn vallen, en dat de weigering ernstige gevolgen heeft voor zijn sportdeelname en sociale leven. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat de minister zorgvuldig heeft gehandeld en dat de belangenafweging terecht in het nadeel van appellant uitviel.
De Afdeling wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG vanwege de veroordeling voor overtreding van de Wet wapens en munitie.