ECLI:NL:RVS:2026:2110
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft op 3 december 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 10 april 2026 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat vanwege het feit dat de termijn voor hoger beroep nog niet is verstreken, het treffen van een voorlopige voorziening op zijn plaats is. Deze voorziening houdt in dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 15 april 2026 door voorzieningenrechter V.V. Essenburg.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.