ECLI:NL:RVS:2026:2128
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag Nederlands paspoort wegens nietige erkenning kind
Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een Nederlands paspoort voor hun kind, dat in Turkije is geboren en bij geboorte de Turkse nationaliteit verkreeg. De vader, die op het moment van erkenning gehuwd was met een andere vrouw, erkende het kind in 2009. De minister stelde de aanvraag buiten behandeling wegens nietigheid van de erkenning, omdat erkenning door een gehuwde man destijds in strijd was met de openbare orde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en oordeelde dat de wetswijziging van 1 april 2014, die erkenning door een gehuwde man toestaat, niet met terugwerkende kracht geldt. Het toepasselijke recht is dat van het moment van erkenning. Ook was niet vastgesteld dat er een band bestond die gelijkgesteld kon worden aan een huwelijk of een nauwe persoonlijke betrekking tussen vader en kind.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de wetswijziging de nietigheid van de erkenning ongedaan maakt en dat het kind daardoor Nederlanderschap heeft verkregen. De Afdeling bestuursrechtspraak volgt dit niet en bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Afdeling wijst erop dat de wetswijziging niet met terugwerkende kracht geldt en dat de situatie niet vergelijkbaar is met een eerdere zaak waarin erkenning na 2014 plaatsvond.
De aanvraag blijft daarom terecht buiten behandeling en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvraag voor een Nederlands paspoort blijft buiten behandeling wegens nietige erkenning.