ECLI:NL:RVS:2026:2129
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tot verwijdering publicatie geheime stukken
De korpschef van de politie verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek betrof een ordemaatregel die [wederpartij] zou verplichten om geheime stukken, die per ongeluk door de rechtbank aan [wederpartij] waren verstrekt en vervolgens op diens website waren gepubliceerd, te verwijderen en verwijderd te houden totdat de Afdeling in de hoofdzaak een einduitspraak heeft gedaan.
Tijdens de openbare zitting op 10 april 2026 werd het verzoek behandeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat het gevraagde niet binnen het bereik van het door de rechtbank beoordeelde besluit of de daaropvolgende besluiten valt die in de hoofdzaak worden beoordeeld. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Daarnaast werd de korpschef veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan [wederpartij] ter hoogte van € 934,00, welke kosten verband houden met door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand. De uitspraak benadrukt de beperkte reikwijdte van voorlopige voorzieningen in relatie tot de hoofdzaak en de noodzaak van formele rechtskracht van besluiten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot verwijdering van geheime stukken werd afgewezen en de korpschef werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding.