202307956/1/A3.
Datum uitspraak: 14 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Almelo,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 3 november 2023 in zaak nr. 22/1456 in het geding tussen:
[appellant]
en
de burgemeester van Almelo.
Procesverloop
Bij besluit van 17 februari 2022 heeft de burgemeester de woning aan de [locatie] te Almelo met ingang van 24 februari 2022 voor zes maanden gesloten.
Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 3 november 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 oktober 2025, waar de burgemeester van Almelo, vertegenwoordigd door mr. M.C.W. ten Voorde en mr. L.B.B. Seelen-Kaya, is verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. [appellant] woonde in de woning aan de [locatie] te Almelo. Op 22 december 2021 heeft de burgemeester van de politie een bestuurlijke rapportage ontvangen. Hieruit blijkt dat er op 29 november 2021 in het kader van een strafrechtelijk onderzoek een doorzoeking heeft plaatsgevonden in de woning. Tijdens die doorzoeking is in de woning het volgende aangetroffen: een vuurwapen, een zak met netto 126,52 gram cannabis, drie zakken met in totaal 149,81 gram amfetamine, meer dan 20 gripzakjes, cannabisresten en een weegschaaltje.
Op 14 januari 2022 heeft de verhuurder de huurovereenkomst met [appellant] ontbonden.
Bij besluit van 17 februari 2022 heeft de burgemeester besloten om de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet en overeenkomstig de Beleidsregel Damoclesbeleid 2019 (hierna: het Damoclesbeleid) voor zes maanden te sluiten.
Ten tijde van dit besluit verbleef [appellant] in detentie en gedurende de gehele periode van woningsluiting is [appellant] gedetineerd geweest.
Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de burgemeester het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen de woningsluiting ongegrond verklaard. De rechtbank heeft dat besluit in stand gelaten.
Hoger beroep
2. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de sluiting van de woning voor de duur van zes maanden onevenredig lang is, en dat een sluiting voor de duur van drie maanden voldoende was om de met het besluit te dienen doelen te bereiken. Verder voert [appellant] aan dat hij niet beschikte over vervangende woonruimte. Voorafgaand aan de sluiting van de woning dan wel tijdens die woningsluiting stond nog niet vast dat [appellant] zich gedurende de gehele periode van sluiting in detentie zou bevinden.
[appellant] verzoekt te bepalen dat hem een schadevergoeding ter hoogte van € 5.000,- wordt toegekend vanwege de sluiting van de woning voor de duur van zes maanden.
3. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat [appellant] geen procesbelang heeft bij zijn hoger beroep en dat zijn hoger beroep daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
4. Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak.
Als de appellant stelt schade te hebben geleden, kan belang bestaan bij een inhoudelijke beoordeling van het (hoger) beroep. Voor het aannemen van procesbelang moet tot op zekere hoogte aannemelijk zijn dat schade is geleden als gevolg van het besluit.
5. De Afdeling heeft partijen voorafgaand aan de zitting een brief gestuurd met de mededeling dat ter zitting het procesbelang zal worden besproken, omdat de huurovereenkomst al voor het besluit tot woningsluiting was ontbonden, zodat [appellant] ten tijde van de sluiting dus al niet meer in de woning kon wonen. Bovendien was hij gedurende de gehele duur van de woningsluiting gedetineerd. In reactie op de brief heeft de burgemeester zich schriftelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat [appellant] geen procesbelang heeft. [appellant] heeft niet schriftelijk gereageerd. Ook is hij, zonder bericht van verhindering, niet op de zitting van de Afdeling verschenen, terwijl hij wist dat het procesbelang zou worden besproken. Onder deze bijzondere omstandigheden is naar het oordeel van de Afdeling in dit geval geen sprake van procesbelang. Weliswaar heeft [appellant] verzocht om een schadevergoeding ter hoogte van € 5.000,-, maar hij heeft op geen enkele wijze toegelicht of onderbouwd waaruit de door hem gestelde schade bestaat. Hij heeft derhalve niet tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt dat er schade is geleden als gevolg van het besluit, zodat ook daarin geen belang is gelegen bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
Vanwege het ontbreken van het procesbelang is het hoger beroep niet-ontvankelijk.
6. [appellant] heeft verzocht om schadevergoeding vanwege de sluiting van de woning. Gelet op hetgeen onder 5 is overwogen, heeft [appellant] de gestelde schade niet aannemelijk gemaakt. De Afdeling zal het verzoek om schadevergoeding daarom afwijzen.
Conclusies
7. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
8. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
II. wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. B.P. Vermeulen en mr. G.O. van Veldhuizen, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Houtman-van de Meerakker, griffier.
w.g. Den Ouden
voorzitter
w.g. Houtman-van de Meerakker
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2026
929