ECLI:NL:RVS:2026:2148
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing dwangsom bij omgevingsvergunning bedrijfswoning Lopik
Het college van burgemeester en wethouders van Lopik weigerde op 11 oktober 2023 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning op een perceel in Polsbroek. De aanvraag was ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor de oude Wabo van toepassing bleef. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van de aanvrager gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarbij het college werd opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen en een dwangsom werd opgelegd voor overschrijding van die termijn.
Het college stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van de dwangsom. De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief van 3 juni 2025, waarin het college aangaf de noodzaak van de bedrijfswoning te erkennen, een toezegging vormt die aan het college kan worden toegerekend. Dit wekt bij de aanvrager gerechtvaardigde verwachtingen dat de vergunning zou worden verleend.
Echter, het college trok deze toezegging later in en stelde dat de medewerker die de brief ondertekende niet bevoegd was. De voorzieningenrechter constateerde dat de rechtbank onvoldoende had stilgestaan bij de belangenafweging in het kader van het vertrouwensbeginsel, met name de derde stap waarbij zwaarwegende belangen kunnen leiden tot het niet naleven van een toezegging.
De voorzieningenrechter besloot daarom de dwangsom met terugwerkende kracht te schorsen tot zes weken na verzending van deze uitspraak, zodat het college alsnog de tijd krijgt om een nieuw besluit te nemen. De schorsing betreft alleen de dwangsom en niet de gehele uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De dwangsom wordt met terugwerkende kracht geschorst tot zes weken na verzending van de uitspraak, zodat het college alsnog een nieuw besluit kan nemen.