ECLI:NL:RVS:2026:2171
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor Gülenist
Appellant heeft bij besluit van 8 januari 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank heeft op 5 april 2024 het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep heeft appellant nadere stukken ingediend en is er door de minister aanvullende informatie verstrekt. De Afdeling heeft in haar overwegingen verwezen naar een eerdere uitspraak van 25 maart 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1607) waarin het beleid ten aanzien van asielaanvragen van Gülenisten is beoordeeld en als redelijk is aangemerkt. De door appellant aangevoerde omstandigheden wijken niet af van de reeds onderzochte feiten en bronnen.
De overige grieven van appellant zijn niet inhoudelijk gemotiveerd in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, noch roepen zij vragen op over Unierecht. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is bevestigd.