ECLI:NL:RVS:2026:2207
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor Gülenist
Appellant heeft bij besluit van 15 december 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond bij uitspraak van 27 februari 2024. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft in haar overwegingen verwezen naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2026:1607) waarin het beleid ten aanzien van asielaanvragen van Gülenisten per 1 december 2023 als redelijk werd beoordeeld. De door appellant aangevoerde omstandigheden in Turkije zijn inhoudelijk in lijn met eerder betrokken bronnen en leiden niet tot een ander oordeel.
De overige grieven van appellant zijn niet ontvankelijk voor verdere motivering omdat zij geen vragen van belang voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming oproepen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.