ECLI:NL:RVS:2026:2245
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor afvalligen en atheïsten uit Iran
De minister van Asiel en Migratie wees op 13 november 2024 de aanvragen van betrokkenen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde op 10 juni 2025 de beroepen van betrokkenen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de minister nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat uit recente jurisprudentie en landeninformatie over Iran geen eenduidig beeld volgt over de situatie van afvalligen en atheïsten, ook niet wanneer zij hun overtuigingen terughoudend uiten. De minister kan zich daarom niet zonder nader onderzoek op het standpunt stellen dat er geen gegronde vrees voor vervolging bestaat.
De Raad van State verwierp het betoog van de minister en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 934,00 die door betrokkenen zijn gemaakt voor rechtsbijstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.