ECLI:NL:RVS:2026:227
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij verzoek akoestisch onderzoek en maatwerkvoorschriften
Appellant woont naast een melkveehouderij en ervaart overlast, hinder en schade. Hij verzocht het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden om een akoestisch onderzoek en het opleggen van maatwerkvoorschriften, maar het college weigerde dit verzoek te behandelen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat eerst de bezwaarprocedure moest worden doorlopen.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Ondertussen nam het college het bezwaar in behandeling en verklaarde dit niet-ontvankelijk, waarop appellant opnieuw beroep instelde. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om maatwerkvoorschriften wel een besluit in de zin van de Awb is en vernietigde het besluit van het college, waarbij zij tevens een schadevergoeding toekende wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelt in dit hoger beroep of appellant procesbelang heeft. Gezien het feit dat de rechtbank al een inhoudelijk oordeel heeft gegeven en het college is opgedragen een nieuw besluit te nemen, oordeelt de Afdeling dat appellant geen procesbelang heeft bij dit hoger beroep. Ook het verzoek om aanvullende schadevergoeding wordt afgewezen omdat reeds een vergoeding is toegekend. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het verzoek om aanvullende schadevergoeding wordt afgewezen.