ECLI:NL:RVS:2026:2323
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 4 december 2025 niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 2 april 2026 eveneens niet-ontvankelijk verklaarde. Verzoeker ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de huidige procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling. Daarom wordt een voorlopige voorziening getroffen om te voorkomen dat verzoeker wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt voor rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer op 24 april 2026. De minister moet verzoeker beschermen tegen uitzetting en de kosten van de beroepsmatige rechtsbijstand vergoeden tot een bedrag van € 934,00.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en proceskosten worden vergoed.