Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2328

Raad van State

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
BRS.26.001703
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning regulier

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 28 augustus 2023 is afgewezen. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de minister op 5 maart 2025, heeft de rechtbank Den Haag op 10 juli 2025 het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met de opdracht aan de minister om een nieuw besluit te nemen.

De minister is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan. Verzoeker heeft vervolgens bij de Raad van State een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen, zodat het eerdere besluit zou worden opgeschort in afwachting van het hoger beroep.

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat er geen spoedeisend belang is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Daarom is het verzoek afgewezen en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

BRS.26.001703
Datum uitspraak: 24 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van M. Ackon (verzoeker) om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 10 juli 2025 in zaak nr. NL25.15564 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 5 maart 2025 heeft de minister het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 10 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.  Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.  De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.
w.g. Meijer
voorzieningenrechter
w.g. Hanrath
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026
392