ECLI:NL:RVS:2026:2328
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 28 augustus 2023 is afgewezen. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de minister op 5 maart 2025, heeft de rechtbank Den Haag op 10 juli 2025 het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met de opdracht aan de minister om een nieuw besluit te nemen.
De minister is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan. Verzoeker heeft vervolgens bij de Raad van State een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen, zodat het eerdere besluit zou worden opgeschort in afwachting van het hoger beroep.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat er geen spoedeisend belang is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Daarom is het verzoek afgewezen en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.