ECLI:NL:RVS:2026:2352
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen dwangsombesluiten huisvesting arbeidsmigranten
Het college van burgemeester en wethouders van Oss legde op 20 maart 2025 aan verzoekers dwangsommen op wegens overtredingen op percelen in Lith, waaronder het niet in overeenstemming brengen van een bedrijfswoning met de vergunde situatie en het huisvesten van meer dan twee arbeidsmigranten.
Na handhaving van dit besluit bij bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank Oost-Brabant, stelde het college op 18 maart 2026 invorderingsbesluiten vast voor verbeurde dwangsommen van respectievelijk €13.500 en €22.500. Verzoekers vroegen de voorzieningenrechter om schorsing van deze besluiten en de lastopleggingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoekers bij schorsing van de dwangsommen minder zwaar weegt dan het belang van het college bij uitvoering van de lasten, mede omdat het beëindigen van de overtredingen relatief eenvoudig is. Ook zag de voorzieningenrechter geen onomkeerbare gevolgen bij betaling van de dwangsommen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is een voorlopige beslissing en bindt niet in de bodemprocedure. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen dwangsombesluiten en lastopleggingen wordt afgewezen.