ECLI:NL:RVS:2026:2356
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J.W.P. van Gastel
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering opvang ontheemden Oekraïne door gemeente Het Hogeland
Het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland weigerde op 16 juli 2025 opvang te verlenen aan twee ontheemden uit Oekraïne. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank Noord-Nederland het besluit van het college onrechtmatig en bepaalde dat de ontheemden recht hadden op opvang. Het college ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag wie de verantwoordelijkheid draagt voor het verlenen van opvang aan ontheemden uit Oekraïne. Het college stelde dat de primaire verantwoordelijkheid bij de Rijksoverheid ligt en dat de gemeente slechts een inspanningsverplichting heeft, die eindigt zodra de gemeentelijke opvang vol is. De rechtbank oordeelde echter dat het college op grond van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne en de Regeling opvang ontheemden Oekraïne zorg draagt voor de opvang.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is. De Afdeling benadrukte dat de inspanningsverplichting van het college, zoals opgenomen in de Bestuurlijke afspraken, alleen betekenis heeft in de verhouding tussen het college en het Rijk. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Hiermee blijft het besluit van het college in stand dat de opvang werd geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college van Het Hogeland wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.