ECLI:NL:RVS:2026:2366
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep in asielzaak Afghaanse vreemdeling
Betrokkene diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 3 mei 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Bij een nieuw besluit van 10 april 2025 werd de aanvraag opnieuw afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister geen nader onderzoek hoefde te doen naar de risico’s voor Afghaanse vreemdelingen die vrijwillig terugkeren uit het Westen, omdat uit eerdere jurisprudentie volgt dat zij niet als een risicogroep worden beschouwd.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en vernietigde het besluit van 10 april 2025 omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.