ECLI:NL:RVS:2026:2368
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J.W.P. van Gastel
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering opvang ontheemden Oekraïne door gemeente Overbetuwe
Appellanten, met de Marokkaanse nationaliteit, verbleven in de gemeentelijke opvang voor ontheemden uit Oekraïne in Overbetuwe. Na het vertrek uit de opvang op 2 maart 2024 en het verzoek tot heropname op 2 april 2024, weigerde het college hen opnieuw op te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij recht hadden op onafgebroken opvang vanaf 2 maart 2024 en dat het college ten onrechte de opvang per 4 april 2024 had beëindigd. De Afdeling oordeelde dat het college reeds erkende dat de beëindiging per 4 april 2024 onterecht was en dat er geen besluit was genomen dat de opvang tussen 2 maart en 4 april was beëindigd. De verwijdering uit een WhatsAppgroep en communicatieproblemen leidden niet tot beëindiging van het recht op opvang.
Verder stelden appellanten dat het college de rijksbijdrage uit de Bekostigingsregeling aan hen moest uitkeren. De Afdeling verwierp dit, omdat de regeling alleen financiële middelen aan gemeenten verstrekt en geen recht op directe uitkering aan ontheemden bevat. Het college had reeds een schadevergoeding toegekend voor de periode waarin de opvang onterecht was onthouden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.