ECLI:NL:RVS:2026:2369
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens risico represailles mensenhandel Nigeria
Appellant, een Nigeriaanse vrouw die slachtoffer is van mensenhandel en gedwongen werd in de prostitutie te werken om een schuld af te betalen, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De staatsecretaris wees dit verzoek af vanwege onvoldoende risico op ernstige schade bij terugkeer naar Nigeria.
De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De minister vulde het besluit aan met een risicoanalyse, die volgens de rechtbank voldoende was. Appellant ging in hoger beroep tegen deze motivering.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister de risicoanalyse niet deugdelijk heeft gemotiveerd, met name over de hoogte van de schuld, het sociaaleconomische netwerk en de zelfredzaamheid van appellant. De minister onderschat het risico op represailles en de Afdeling volgt de rechtbank niet in haar oordeel dat het risico laag is.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, het deel van de uitspraak vernietigd dat de rechtsgevolgen in stand laat, en wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen in stand liet, wordt vernietigd.