ECLI:NL:RVS:2026:2413
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling derdejaars stage met onvoldoende na overleg examinatoren
Een student van het Instituut voor de Gebouwde Omgeving volgde een derdejaars stage die door de bedrijfsbegeleider met een 6,5 werd beoordeeld. De docentbegeleider, tevens examinator, overlegde met de bedrijfsbegeleider waarna de stage alsnog met een onvoldoende werd beoordeeld. Het College van Beroep voor de Examens (CBE) verklaarde het administratief beroep van de student ongegrond.
De student stelde dat het overleg tussen de begeleiders niet transparant was omdat hij daarbij niet aanwezig was en dat de motivering van de examinatoren onvoldoende was, vooral omdat zij lichtvaardig van het advies van de bedrijfsbegeleider zouden zijn afgeweken. De Raad van State oordeelde dat de beoordelingsprocedure zoals beschreven in de Modulewijzer was gevolgd en dat de student niet het recht had om bij het overleg aanwezig te zijn.
Verder werd vastgesteld dat examinatoren mogen afwijken van het advies van de bedrijfsbegeleider mits zij dit deugdelijk motiveren. De motivering in het beoordelingsformulier was voldoende, zoals ook door het CBE op de zitting werd toegelicht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het CBE hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de student tegen de onvoldoende stagebeoordeling wordt ongegrond verklaard.