ECLI:NL:RVS:2026:2422
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestemmingsplan uitbreiding akkerbouwbedrijf Steggerda niet onrechtmatig
De raad van de gemeente Weststellingwerf stelde op 29 januari 2024 een bestemmingsplan vast dat de uitbreiding van het akkerbouwbedrijf van een v.o.f. aan de Steggerdaweg mogelijk maakt. Appellanten, omwonenden, voerden aan dat de belangenafweging onzorgvuldig was, dat het plan in strijd was met het vorige bestemmingsplan, en dat er onvoldoende rekening was gehouden met alternatieve locaties, verkeersveiligheid, geluidsoverlast, landschappelijke inpassing, fauna, participatie en bekendmaking.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het geldende bestemmingsplan geen blijvende rechten schept en dat de raad beleidsruimte heeft om bestemmingen te wijzigen. De noodzaak van de uitbreiding werd voldoende gemotiveerd, mede door gewijzigde regelgeving en afspraken over opslagcapaciteit. Alternatieve locaties waren niet geschikt of te ver weg. De bezwaren over pesticidengebruik en strijd met de Omgevingsvisie konden niet tot vernietiging leiden omdat deze gronden buiten het plangebied lagen of niet relevant waren.
De raad mocht uitgaan van een gelijkblijvend aantal verkeersbewegingen en het akoestisch onderzoek toonde geen onaanvaardbare geluidsoverlast of trillingen aan. De landschappelijke inpassing is geregeld in het plan en handhaving daarvan valt buiten deze procedure. De bescherming van fauna was voldoende onderzocht en onderbouwd. Participatie vond plaats conform de toen geldende Wet ruimtelijke ordening en het ontwerpplan lag ter inzage. Klachten over bekendmaking en handhaving van het vorige plan konden niet tot vernietiging leiden. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan voor uitbreiding van het akkerbouwbedrijf wordt ongegrond verklaard.