ECLI:NL:RVS:2026:2431
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- G.O. van Veldhuizen
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herregistratie ziekenhuisapotheker wegens onvoldoende werkzaamheden
De appellant was sinds 2003 ingeschreven als ziekenhuisapotheker en diende een verzoek tot herregistratie in, dat door de Specialisten Registratie Commissie, kamer Ziekenhuisfarmacie (SRC-ZF) werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het niet voldoen aan de werkzaamhedeneis, die vereist dat een ziekenhuisapotheker gemiddeld ten minste 16 uur per week werkzaam is in het specialisme gedurende de referteperiode.
De appellant voldeed aan de nascholingseis, maar had in de referteperiode van 1 januari 2018 tot 1 juli 2023 slechts 2.650 uur gewerkt, terwijl 4.160 uur vereist was. Werkzaamheden verricht bij het Zorginstituut Nederland werden niet als gelijkgesteld beschouwd, omdat deze niet op het niveau van ziekenhuisapotheker waren en geen maatschappelijk belang van titelbehoud bestonden.
De rechtbank oordeelde dat de SRC-ZF terecht de werkzaamheden bij het Zorginstituut niet als gelijkgesteld had aangemerkt en dat de hardheidsclausule niet hoefde te worden toegepast. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat ondanks de kwaliteiten van appellant, de minimumuren voor herregistratie strikt moeten worden nageleefd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot herregistratie bevestigd wegens onvoldoende gewerkte uren.