ECLI:NL:RVS:2026:2432
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor vervangen ramen en kozijnen in beschermd stadsgezicht
Appellant heeft na het vervangen van drie ramen en kozijnen aan de voorzijde van zijn woning een omgevingsvergunning aangevraagd, die door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is geweigerd. Het college stelde dat het bouwplan in strijd was met artikel 18.2 van het bestemmingsplan, omdat de bestaande gevelindeling niet werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling overwoog dat het begrip 'gevelindeling' in het bestemmingsplan en de plantoelichting zo moet worden uitgelegd dat ook de invulling van gevelopeningen, zoals het soort ramen, onder gevelindeling valt. De geplaatste ramen wijken af van de oorspronkelijke situatie, onder meer doordat het openslaande T-ramen zijn in plaats van schuiframen, met een andere verhouding tussen boven- en onderlicht en een dikkere raamconstructie.
Het college heeft beleidsruimte om af te wijken van het bestemmingsplan, maar heeft dit geweigerd vanwege het belang van het behoud van cultuurhistorische waarden. De Afdeling oordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat de nieuwe ramen niet passend zijn bij de cultuurhistorische waarden van het pand. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en verduurzaming slaagt niet, omdat appellant het risico heeft genomen door eerst te vervangen en daarna pas vergunning aan te vragen.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning omdat de nieuwe ramen en kozijnen afwijken van de oorspronkelijke gevelindeling en cultuurhistorische waarden.