ECLI:NL:RVS:2026:2470
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring aanvraag verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie verklaarde op 12 september 2025 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 april 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen vier weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft op 1 mei 2026 deze voorlopige voorziening toegekend, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Raad van State over het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.