Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2515

Raad van State

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
BRS.26.002184
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 72 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht in asielprocedure

Verzoeker heeft bij besluit van 5 februari 2026 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke niet in behandeling is genomen door de minister van Asiel en Migratie. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank, dat op 14 april 2026 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat eveneens ongegrond werd verklaard op 1 mei 2026.

Op 30 april 2026 heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen de feitelijke overdracht en verzocht om een voorlopige voorziening om de overdracht te schorsen totdat op het bezwaar is beslist. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft dit verzoek behandeld.

De voorzieningenrechter overweegt dat, gelet op eerdere uitspraken en de aangevoerde gronden, geen reden bestaat om de rechtmatigheid van de voorgenomen overdracht te betwijfelen. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.C. Stoové, in aanwezigheid van griffier N. Tibold, en uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2026.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de overdracht in de asielprocedure is afgewezen.

Uitspraak

BRS.26.002184
Datum uitspraak: 1 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van:
[verzoeker],
verzoeker.
Procesverloop
Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 14 april 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling het daartegen door verzoeker ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft op 30 april 2026 krachtens artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 bezwaar gemaakt tegen de feitelijke overdracht en de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De griffier van de rechtbank heeft het verzoek ter behandeling aan de voorzieningenrechter van de Afdeling doorgezonden.
Overwegingen
1.        Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zij niet wordt overgedragen totdat op het bezwaarschrift is beslist.
2.        Gelet op wat in de uitspraak van de Afdeling van 1 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2492 , is overwogen en omdat wat verzoeker in haar verzoek heeft aangevoerd geen grond biedt om niet langer van de rechtmatigheid van de voorgenomen overdracht uit te gaan, wordt het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
3.        De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M.C. Stoové, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Stoové
voorzieningenrechter
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2026
853