ECLI:NL:RVS:2026:2633
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- D.A. Verburg
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanvullend terugkeerbesluit wegens onvoldoende motivering over terugkeer naar Algerije
Bij besluit van 16 juli 2025 nam de minister van Asiel en Migratie een aanvullend terugkeerbesluit tegen appellant. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit op 1 augustus 2025 ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de grieven van appellant in eerste en derde instantie niet tot vernietiging leiden, maar dat de tweede grief gegrond is. Deze grief betrof de onvoldoende motivering van de minister over de mogelijkheid van terugkeer naar Algerije. De minister had niet duidelijk gemaakt op welke aanwijzingen hij zijn oordeel baseerde, terwijl appellant terecht betoogde dat de regio van herkomst onduidelijk was en dat de vermeende taalindicaties onvoldoende onderbouwd waren.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 16 juli 2025 en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Er werden geen vragen over Unierechtelijke bepalingen gesteld die nadere behandeling vereisten.
Uitkomst: Het aanvullend terugkeerbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over terugkeer naar Algerije en de minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.