AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor bouw van 50 flexwoningen in Ommen
Het college van burgemeester en wethouders van Ommen verleende op 1 februari 2024 een omgevingsvergunning voor de bouw van 50 flexwoningen binnen het projectgebied aan Woningstichting Vechtdal Wonen. Stichting Boerenerven en anderen, die opkomen voor bewoners in het gebied, maakten bezwaar en stelden dat de vergunning in strijd was met het bestemmingsplan en de provinciale Omgevingsverordening. De rechtbank verklaarde het beroep van Stichting Boerenerven gegrond en herroept het besluit.
Het college verleende vervolgens op 23 maart 2026 opnieuw een vergunning met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Stichting Boerenerven verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de vergunning en uitvoeringshandelingen te schorsen totdat de hoofdzaak is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het maatschappelijk belang bij de spoedige realisatie van sociale huurwoningen, gezien de urgente woningnood in Ommen, zwaarder weegt dan de individuele belangen van Stichting Boerenerven. Daarbij is van belang dat het om tijdelijke flexwoningen gaat die na tien jaar verwijderd moeten worden en dat het waterschap positief adviseerde over waterberging. Ook zijn verkeers- en parkeerproblemen onvoldoende concreet onderbouwd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van 50 flexwoningen wordt afgewezen.
Uitspraak
202502103/2/R3.
Datum uitspraak: 7 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:
Stichting Boerenerven Ommen en anderen (Stichting Boerenerven en anderen), alle gevestigd en wonend in Ommen,
verzoekers,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van rechtbank Overijssel (de rechtbank) van 28 februari 2025 in zaak nrs. 24/3398, 25/586 in het geding tussen:
Stichting Boerenerven en anderen
en
het college van burgemeester en wethouders van Ommen.
Procesverloop
Bij besluit van 1 februari 2024 heeft het college aan Woningstichting Vechtdal Wonen een omgevingsvergunning voor de duur van tien jaar verleend voor de bouw van 50 flexwoningen op een terrein deels ten noorden en deels ten zuiden van de Sportlaan in Ommen (het projectgebied).
Bij besluit van 16 juli 2024 heeft het college het door Stichting Boerenerven Ommen en anderen daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 28 februari 2025 heeft de rechtbank het door Stichting Boerenerven en anderen daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 16 juli 2024 vernietigd en het besluit van 1 februari 2024 herroepen.
Tegen deze uitspraak hebben het college en de Woningstichting hoger beroep ingesteld.
Bij besluit van 23 maart 2026 heeft het college, met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure, opnieuw aan de Woningstichting een omgevingsvergunning verleend voor de duur van tien jaar voor de bouw van 50 flexwoningen binnen het projectgebied.
Stichting Boerenerven en anderen hebben te kennen gegeven zich niet te kunnen verenigen met dit besluit. Ook hebben zij de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het college en de Woningstichting hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Stichting Boerenerven en anderen hebben een nader stuk ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op een zitting op 30 april 2026, waar Stichting Boerenerven en anderen, vertegenwoordigd door mr. A.C. Kes, advocaat in Amsterdam, [gemachtigde A] en [gemachtigde B], en het college, vertegenwoordigd door mr. M.W. van Nijendaal, advocaat in Arnhem, ing. A.B. Willigenbrug en R.B. Bruns, zijn verschenen. Ook is op de zitting de Woningstichting, vertegenwoordigd door mr. I.M. Kroeze, advocaat in Zeist, [gemachtigde C] en [gemachtigde D], als partij gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 20 december 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Inleiding
2. Op het noordelijk deel van het projectgebied is het bestemmingsplan "Ommen Oost, Boerenerven" van toepassing. Op het zuidelijk deel van het projectgebied is het bestemmingsplan "Verzamelplan, Gemeente Ommen" van toepassing.
De Woningstichting heeft op 20 december 2023 een tijdelijke vergunning aangevraagd om 50 flexwoningen te bouwen binnen het projectgebied. Het college heeft deze vergunning bij besluit van 1 februari 2024 verleend voor meerdere activiteiten, waaronder het bouwen van een bouwwerk en strijd met het bestemmingsplan, voor een periode van tien jaar. Volgens het college kon de vergunning worden verleend op grond van artikel 2.12 eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 11, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Daarom kon de vergunning volgens het college ook met de reguliere voorbereidingsprocedure worden verleend.
3. De rechtbank heeft geoordeeld dat er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectenrapportage. Op grond van artikel 5, zesde lid, van bijlage II van het Bor is het daarom niet mogelijk de vergunning te verlenen met toepassing van artikel 4, aanhef en onderdeel 11, van die bijlage. De vergunning kan daarom alleen worden verleend op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure.
4. Het college heeft, met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure, bij besluit van 23 maart 2026 opnieuw beslist op de aanvraag van de Woningstichting en de vergunning verleend voor meerdere activiteiten, waaronder het bouwen van een bouwwerk en strijd met het bestemmingsplan, voor een periode van tien jaar.
5. Stichting Boerenerven en anderen zijn een stichting die opkomt voor de bewoners binnen het bestemmingsplan "Ommen Oost, Boerenerven", en omwonenden van het projectgebied. Zij kunnen zich niet veringen met de vergunning die is verleend bij besluit van 23 maart 2026. Het verzoek van Stichting Boerenerven en anderen strekt ertoe dat deze vergunning, en daarmee alle uitvoeringshandelingen op basis van de vergunning, geschorst wordt totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.
Beoordeling van het verzoek
6. Stichting Boerenerven en anderen voeren meerdere gronden aan ter onderbouwing van hun verzoek. Deze gronden lenen zich niet voor een voorlopig rechtmatigheidsoordeel. Daarom zal de voorzieningenrechter met een belangenafweging bepalen of vooruitlopend op de beoordeling van de beroepsgronden in de bodemprocedure een voorlopige voorziening moet worden getroffen.
7. Het belang van Stichting Boerenerven en anderen bestaat uit het behoud van een goed woon- en leefklimaat bij hun woningen. Zij vrezen voornamelijk voor wateroverlast vanaf het zuidelijk deel van het projectgebied. Ook vrezen zij voor verkeers- en parkeerproblematiek, en stellen zij dat het project in strijd is met de provinciale Omgevingsverordening.
Daartegenover staat het maatschappelijk belang van het college en de Woningstichting bij de spoedige realisering van de flexwoningen. Het college en de Woningstichting hebben erop gewezen dat het gaat om sociale huurwoningen voor starters, spoedzoekers en Oekraïense ontheemden/statushouders. Het college wijst daarbij op de woningnood in Ommen, waar tot 2030 behoefte is aan 650 extra woningen in de gemeente Ommen, in die gemeente ongeveer 1.200 personen staan ingeschreven als woningzoekenden voor sociale huur en de slagingskans voor sociale huur momenteel 1,7% is. De Woningstichting heeft toegelicht dat er inmiddels 500 personen staan ingeschreven op de interesselijst voor de flexwoningen.
7.1. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter weegt het maatschappelijk belang bij realisatie van de flexwoningen, gelet op de urgente woningnood en het aanzienlijke tekort aan sociale huurwoningen in Ommen, zwaarder dan de individuele belangen van Stichting Boerenerven en anderen.
Daarbij neemt de voorzieningenrechter in de eerste plaats in aanmerking dat het hier in beginsel niet gaat om een onomkeerbare ontwikkeling. De vergunning is verleend voor een periode van tien jaar, waarna het projectgebied moet worden hersteld naar de feitelijke situatie voorafgaand aan de omgevingsvergunning. Daarnaast gaat het om flexwoningen die bedoeld zijn om eenvoudig geplaatst en weggehaald te kunnen worden.
De voorzieningenrechter betrekt bij zijn oordeel ook dat het waterschap positief advies heeft gegeven over het project en er volgens het waterschap, zoals ook naar voren komt in de e-mail van het waterschap van 12 februari 2025, voldoende waterberging komt binnen het projectgebied en dat Witteveen+Bos in zijn rapport en nadere reactie, die Stichting Boerenerven en anderen hebben aangevoerd, verkeerde uitgangspunten hanteert. De voorzieningenrechter wijst er in dit verband voorts op dat de bestemmingsplannen "Ommen Oost, Boerenerven" en "Verzamelplan, Gemeente Ommen" niet in de weg staan om, indien zich onverhoopt toch extra wateroverlast mocht voordoen, extra watervoorzieningen te realiseren binnen de vigerende bestemmingen "Water", "Groen" en "Verkeer".
De voorzieningenrechter merkt verder op dat Stichting Boerenerven en anderen hun vrees voor verkeers- en parkeerproblemen onvoldoende concreet hebben gemaakt. Daartegenover heeft het college in zijn schriftelijke uiteenzetting uiteengezet dat de lokale infrastructuur beschikt over voldoende capaciteit om de te verwachten extra verkeersbewegingen van circa 168 per dag te verwerken. Voor wat betreft parkeren, neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat het college heeft toegelicht dat, in het geval van onvoorziene omstandigheden, extra parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden naast de 32 parkeerplaatsen die in het projectgebied zijn voorzien.
Tot slot voorziet de voorzieningenrechter, gelet op de tijdelijkheid van de vergunning en de aard van de flexwoningen, geen onomkeerbare gevolgen wegens strijd met de provinciale Omgevingsverordening.
8. Gelet op het voorgaande moet het verzoek worden afgewezen.
9. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Schadd, griffier.