ECLI:NL:RVS:2026:2698
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking inzage persoonsgegevens in hoger beroep tegen korpschef politie
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin zij inzage vorderden in al hun persoonsgegevens en die van hun zoon bij de korpschef van politie. De korpschef heeft gedeeltelijk aan deze verzoeken voldaan door overzichten van registraties en informatie over de verwerking te verstrekken, maar appellanten vinden dat zij meer informatie zouden moeten ontvangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft voorafgaand aan de zitting vragen gesteld aan de korpschef, die deze heeft beantwoord. De korpschef verzocht vervolgens om beperking van de kennisneming van een vertrouwelijk stuk vanwege gewichtige redenen, zodat alleen de Afdeling kennis zou mogen nemen van bepaalde antwoorden.
De Afdeling overweegt dat het belang van partijen om over relevante informatie te beschikken moet worden afgewogen tegen het algemeen belang en het belang van derden. Omdat de informatie betrekking heeft op de inhoud van vier registraties en de beoordeling van het recht op inzage in de bodemprocedure zal plaatsvinden, zou verstrekking tijdens de procedure de bodemprocedure ondermijnen. Daarom acht de Afdeling het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd en wijst dit toe.
Uitkomst: Het verzoek van de korpschef om beperking van de kennisneming van bepaalde persoonsgegevens wordt toegewezen.