ECLI:NL:RVS:2026:2701
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag heeft dit beroep gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van het besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of er sprake was van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter concludeerde dat uit het verzoek geen spoedeisend belang bleek en wees het verzoek daarom af. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 18 mei 2026 door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.