ECLI:NL:RVS:2026:2711
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 11 september 2025 niet in behandeling genomen. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 februari 2026 ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure heeft de minister laten weten dat appellant met onbekende bestemming is vertrokken en dat de gemachtigde van appellant geen contact meer heeft met hem, ondanks de gelegenheid daartoe.
De Afdeling concludeert hieruit dat appellant geen bescherming meer zoekt in Nederland en daardoor geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep. Om die reden verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang van appellant.